Romeinse bouwkunst


Het Forum Trajanum was in het klassieke Rome het hart van het politieke, commerciële en juridische leven. Je betrad het grote plein door onder een triomfboog door te lopen (6). Om het plein stonden talloze gebouwen, waaronder markten (5), de basilica (4) en bibliotheken (3), een tempel (1) maar ook monumenten voor de keizer en zuilengalerijen. Naar het Forum kwamen advocaten en hun cliënten, bankiers en makelaars, winkeliers en klanten, maar ook bedelaars.

In 46 vC bouwde Julius Caesar al een Forum, een voorbeeld dat Augustus, Trajanus en andere keizers volgden. Het forum van Trajanus heeft grootse afmetingen (300 meter lang en 185 meter breed) en werd rond het jaar 110 gerealiseerd met oorlogsbuit uit Dacië (Roemenië). Het werd ontworpen door de architect Apollodorus van Damascus.

basilica
De grootste gebouwen in Rome waren de basilica’s, waar recht werd gesproken. Deze gebouwen hadden vooral een commerciële functie: het was een markthal, bankgebouw en beursgebouw.
De basilica was een grote rechthoekige hal. Meestal was het een drieschepig gebouw, waarbij het middenschip, dat door zuilen van de zijbeuken was gescheiden, hoger was. Het uitstekende gedeelte (de lichtbeuk) had grote vensters waardoor daglicht kon binnenvallen. De basilica had meestal aan een van de korte kanten een halfronde uitbouw, de apsis. De ingang lag vaak aan de andere korte kant en had vaak een voorhal. Maar er zijn ook varianten op deze plattegrond; zo waren er basilica's met apsissen aan beide korte kanten en was de uitbouw soms niet halfrond, maar rechthoekig. 
De grote basilica op het Forum Trajanum was vijfschepig: deze had aan weerszijden van het middenschip twee zijbeuken. De ingangen lagen hier aan de lange zijden.
De basilica was het centrum voor juridische en civiele zaken en diende later als model voor Christelijke architectuur.

tempels
De plattegrond en opbouw van tempels was gebaseerd op Griekse en Etruskische voorbeelden. Aanvankelijk met een basilicavorm, later ook op basis van een ronde plattegrond.
Romeinse tempel
  • Tempels werden op een verhoging geplaatst, alleen aan de voorzijde bevindt zich een trap.
  • Rondom de binnenruimte van de tempel zijn (halve) zuilen tegen de buitenwand aan geplakt. Deze pilasters hebben daar dus geen dragende functie meer, ze zijn alleen decoratief. 
  • De kroonlijst steekt ver uit, waardoor het dak beneden niet zichtbaar is.

het Pantheon
Het Pantheon (een tempel voor alle Goden,118-126) te Rome is een goed voorbeeld van de ingenieuze constructies waartoe de Romeinen in staat waren. In tegenstelling tot bij de Grieken, was het interieur van de tempel belangrijker dan het exterieur. De grote, ronde tempel heeft een klassieke voorgevel met een Grieks uiterlijk. De Romeinen verborgen hun knappe metsel- en betonwerk achter marmeren platen, waardoor het leek alsof er op de Griekse wijze gestapeld is met marmeren blokken, maar deze gevelbekleding is verloren gegaan.

Het Pantheon bestaat uit 3 delen: de voorhal, een hoog tussenstuk en de grote koepelzaal. De trommel waarop de koepel rust ligt vanuit de voorkant gezien ‘verborgen’ achter de façade. Koepels en gewelven werden afgeleid van de rondbogen. De toepassing van een licht soort beton (met tufsteen gemengd) maakte het mogelijk grote ruimtes te overwelven. De Romeinen ontdekten dat gietbeton een zeer bruikbaar materiaal was voor gewelven. Beton -het bouwen met breuksteen en kalk-, bleek een ideale vinding voor de Romeinen, die in hun omgeving minder marmergroeven hadden dan de Grieken.
Het Pantheon is veel groter dan de voorgevel doet vermoeden. 

Een zware, zes meter dikke, dragende muur ondersteunt de koepel. Gemetselde bogen in de bakstenen muur verdelen het gewicht van de koepel over de muur. De koepel is gemaakt van een mengsel van beton, tuf- en puimsteen dat over een houten raamwerk werd gegoten. Ook de holle cassetten in het plafond verlichten het gewicht van de enorme koepel. 

De hoogte van de koepel is gelijk aan de diameter: 43,3 meter. Het enige licht in de koepel valt door de oculus, het gat bovenin. Wanneer je een bol aan de binnenkant van de koepel denkt, reikt die precies tot op de grond onder de oculus. 
Binnen is de massieve muur uitgehold en plaatselijk vervangen door zuilen, waardoor het interieur minder plomp lijkt.

In tegenstelling tot de buitenzijde is het interieur van het Pantheon rijk versierd. De Romeinen pasten vooral het Corintisch kapiteel toe. De zuilen waren oorspronkelijk versierd met bronzen beslag, dat in 1625 werd omgesmolten tot 60 kanonnen.
De Romeinen gebruikten ook nieuwe zuilenorden: de Toscaanse orde kun je herkennen aan de gladde schacht van de zuil, met een simpel kapiteel. De composietorde is een combinatie van de Ionische en Corintische zuil.

Neem HIER een kijkje in het Pantheon.

Naast de basilica en tempels bouwden de Romeinen:
  • triomfbogen en zuilen ter ere van gewonnen veldslagen. 
  • badhuizen 
  • amfitheaters 
  • villae en stadswoningen
  • nuttige openbare werken: aquaducten, bruggen en wegen 
triomfbogen en erezuilen
Keizers richtten triomfbogen op ter ere van behaalde overwinningen en (niet in de laatste plaats) voor zichzelf. De legers trokken na hun succesvolle veldslagen en veroveringen door deze poorten de stad weer in.
Deze boog van Constantijn is gemaakt van baksteen en marmer. Het opschrift, de reliëfs en beelden verheerlijken de keizer.

Op het Forum Trajanum staat ook de zuil van Trajanus (113 nC) (2). Trajanus onthulde de sierlijke marmeren zuil ter ere van zijn overwinningen in Dacië. De zuil is 42 meter hoog. Het zeer gedetailleerde reliëf loopt spiraalvormig omhoog: de voorstellingen tonen de voorbereidingen op de veldslagen tot de Daciërs verdreven worden. De zuil was oorspronkelijk kleurrijk beschilderd, waardoor de voorstellingen nog duidelijker werden.
Binnen in de zuil zit een wenteltrap. Vroeger stond er een beeld van Trajanus bovenop, nu van de apostel Petrus. De laag-reliefs zijn 200 meter lang, de keizer staat in alle scènes centraal in de compositie. Trajanus is er maar liefst 60 keer op afgebeeld. Toen hij in 117 stierf, is zijn as met die van zijn vrouw Plotina in een urn in de basis van de zuil geplaatst.

thermen
De grote badhuizen, ook wel thermen genoemd, bevatten behalve koude baden ook zalen voor lauwe en warme baden, voor warme luchtbaden. Daarbij waren er turnzalen, vergaderzalen, bibliotheken en ruime wandelgangen. Een belangrijk deel van het openbare leven speelde zich af in de badhuizen. Oorspronkelijk werden ze alleen gebruikt voor het baden, maar tijdens het keizerrijk werden het ook centra voor allerlei vormen van ontspanning, sport en cultuur.

aquaducten
De Grieken stapelden, de Romeinen waren metselaars. Met baksteen maakten ze boogconstructies voor bruggen en aquaducten.
De Grieken bouwden nog uitsluitend met dragende zuilen en muren en rustende architraven, dus alleen staande en liggende delen. De zuilen moesten daarbij dicht bij elkaar geplaatst worden, omdat anders de liggende delen zouden breken onder hun eigen gewicht. De Romeinen ontdekten veel praktische toepassingen van de rondboog.Een aquaduct bestaat uit met baksteen gemetselde rondbogen: bovenin liep een goot voor het transport van water over tientallen kilometers. Het water kon door het zorgvuldig berekende verval vanuit de heuvels naar de steden stromen. De Romeinen realiseerden daarmee vele voorzieningen, met inbegrip van openbare toiletten, ondergrondse riolering, fonteinen en openbare baden. Geen van deze innovaties zou mogelijk zijn geweest zonder het Romeinse aquaduct.

Ontwikkeld rond 312 voor Christus, vervoerde dit technische wonder met behulp van zwaartekracht water langs steen, door loden en betonnen pijpleidingen naar de staden. Door de aquaducten waren Romeinse steden niet meer afhankelijk van nabijgelegen bronnen, de sanitaire voorzieningen bevorderden de volksgezondheid sterk. Hoewel de Romeinen niet de uitvinders waren van het aquaduct - er bestonden al primitieve kanalen voor irrigatie en watertransport in Egypte, Assyrië en Babylonië - wisten zij het systeem met hun beheersing van civiele techniek te perfectioneren. Honderden aquaducten zijn aangelegd in het hele rijk. De Romeinse aquaducten werden zo goed gebouwd dat sommige nog steeds in gebruik zijn. De beroemde Trevifontein in Rome, bijvoorbeeld, krijgt water van een gerestaureerde versie van de Aqua Virgo, een van de 11 aquaducten in het oude Rome. 

amfitheaters
Was het Griekse theater waaiervormig, de Romeinen bouwden ze rond (ovaal) met tribunes rondom. Hierdoor waren ze geschikter voor grootse spektakelstukken, en was het niet nodig om tegen een heuvel aan te bouwen. Zo’n amfitheater werd gebruikt voor gladiatorengevechten, jachtpartijen en gevechten met wilde dieren. Het woord is een samenvoeging van amfi (aan beide kanten) en theater (schouwplaats), omdat het de vorm had van twee tegen elkaar geplaatste halfronde theaters.
Een voorbeeld is het Colosseum dat midden in de stad Rome ligt.
De marmeren platen waarmee de Romeinen baksteen en beton bekleedden, zijn grotendeels verdwenen. Aan de buitenkant zijn nog wel de pilasters en halfzuilen zichtbaar. Deze zijn tegen de zware pijlerconstructie geplakt, en hebben alleen een decoratieve functie. De ‘nep’zuilen verwijzen naar maar liefst drie bouworden. Het combineren en stapelen van bouworden was voor de Grieken ondenkbaar, maar de Romeinen pasten dit veel toe in gebouwen met meerdere bouwlagen. Het speelvlak van een amfitheater wordt Arena genoemd, rondom zijn tribunes. Onder de tribunes en de arena ligt een ingewikkeld stelsel van gangen en ruimten voor de leeuwen, gevangenen, gladiatoren en alles wat nodig was voor een opwindende en bloederige gladiatorenshow. 

In Circus Maximus was plaats voor 300.000 toeschouwers. Hier werden wagenrennen en sportmanifestaties gehouden.

kenmerken bouwkunst
  • belangrijke Romeinse uitvindingen waren de rondboog en het tongewelf, waarmee grotere ruimten konden worden overspannen dan met de Griekse architraafbouw. De boogconstructie was een belangrijke vinding. Zo'n boog werd gevormd door wigvormige stenen, die door de zwaartekracht klem kwamen te zitten. Rondbogen werden gemaakt met behulp van een houten mal of formeel. Op het ronde formeel werden stenen geplaatst die precies pasten. Als het formeel werd verwijderd bleef de boog staan: de stenen bleven op hun plek omdat ze elkaar vastklemden door de zwaartekracht.  Met een sluitsteen boven in het midden werd de boog gesloten. Bogen moesten aan de zijkant wel gestut worden, bijvoorbeeld door een andere boog of door een dikke muur of steunbeer, omdat de druk niet alleen naar beneden gericht is, maar ook zijwaarts. 
  • Het tongewelf werd ook met dwars geplaatste tongewelven gekruist: daarmee ontstond het kruisgewelf, geschikt voor grote overspanningen. 
  • ontwikkeling van de koepel 
  • toepassing van de verschillende Griekse zuilenorden boven elkaar Dorisch, Ionisch, Corintisch of composietorde (een mengvorm van Ionisch en Corintisch).

materialen
Natuursteen, baksteen, beton, cement en marmer. Marmer werd ook toegepast als bekleding van een bakstenen ondergrond.
Het Romeinse beton was een mortel die met grove steenslag werd versterkt, en in lagen werd aangebracht. De eerste betonmengsels waren een opvulling van steenpuin voor bakstenen muren, maar het bleek een volwaardig bouwmateriaal, geschikt om muren, bogen en gebouwen mee te bouwen. De stevigheid ontstond door de samenstelling van de mortel. Omdat beton grof is, hebben de Romeinen het in hun interieurs altijd zorgvuldig weggewerkt achter stucwerk, marmer of mozaïek, en aan de buitenkant achter gemetselde muren van natuursteen of baksteen.

Door het gebruik van beton -en boogconstructies werden de zuilen als dragend onderdeel minder belangrijk en kregen zij een meer decoratieve functie.

Vitruvius

Een belangrijke bron van kennis van Romeinse architectuur is het geschrift De Architectura libri decem, geschreven door de architect en militair ingenieur Vitruvius en opgedragen aan keizer Augustus. In tien delen beschreef hij de drie hoofdthema's uit de Romeinse architectuur: constructie (stevigheid), functie (doelmatigheid) en schoonheid.

  • De constructie is de manier waarop het gebouw technisch in elkaar zit, de wijze waarop 'rustende' en 'dragende' delen met elkaar in evenwicht zijn. 
  • De functie kan praktisch zijn (een gebouw om in te wonen of te werken), maar ook symbolisch. De symbolische functie komt tot uitdrukking in de indruk die het gebouw maakt: denk aan een paleis (macht) of een bank (betrouwbaarheid). En hoewel de Romeinen praktisch waren ingesteld, zochten ook zij naar goddelijke verhoudingen in de tempelbouw.
  • De schoonheid wordt door meerdere dingen bepaald: door de verhoudingen, door de compositie (de verdeling van alle onderdelen), door ritme (een terugkerend patroon of accent), en door decoraties (versieringen in de vorm van sculpturen, reliëfs, muur– en plafondschilderingen, krullen, lijsten, bladvormen etc).
In de Middeleeuwen werd Vitruvius al gelezen door de ontwerpers van kathedralen, maar vooral in de Renaissance inspireerde de Architectura de architecten. Volgens Vitruvius moeten de juiste verhoudingen van een gebouw aan het menselijke lichaam worden ontleend, dat zelf volmaakte proporties bezit: schoonheid kan worden vastgelegd in verhoudingsgetallen.
Met name de proportieleer van Vitruvius heeft in latere eeuwen veel invloed uitgeoefend op bouwkundige theorieën.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen